Gregoriaanse gezangen

Gezang 1

Het eerste gezang dat klinkt, is ontleend aan de liturgie van Pinksteren. Hierin wordt de Heilige Geest aangeroepen om steun te verlenen.

Veni, sancte Spiritus, et emitte caelitus lucis tuae radium.
Veni pater pauperum, veni dator munerum, veni lumen cordium.
Consolator optime, dulcis hospes animae, dulce refrigerium.
In labore requies, in aestu temperies, in fletu solatium.
O lux beatissima, reple cordis intima tuorum fidelium.
Sine tuo numine nihil est in homine, nihil est innoxium.
Lava quod est sordidum, riga quod est aridum, sana quod est saucium.
Flecte quod est rigidum, fove quod est frigidum, rege quod est devium.
Da tuis fidelibus in te confidentibus, sacrum septenarium.
Da virtutis meritum, da salutis exitum, da perenne gaudium!

Vertaling
Kom, Heilige Geest, en zend vanuit de hemel een straal van Uw licht!
Kom, vader der armen, kom, gever van geschenken, kom, licht voor onze harten.
Allerbeste trooster, aangename gast voor onze ziel, aangename verkwikking.
U bent de rust in de zware arbeid, matigheid in de hitte, troost bij verdriet.
O allerzaligst Licht, vervul de harten van uw gelovigen!
Zonder Uw bescherming is er niets in de mens, niets zonder onschuld.
Was schoon wat vuil is, bevochtig wat droog is, genees wat gewond is,
Buig om wat star is, koester wat koud is, geef richting aan wat van de juiste weg afwijkt.
Geef uw zevenvoudige gaven aan de gelovigen die op U vertrouwen.
Geef beloning voor deugdzaamheid, geef een heilzaam levenseinde, geef voortdurende vreugde!

< Terug